
Het oorspronklijk reglement van de “Société d’Harmonie d’Isque” opgesteld in het frans, omvat 48 artikelen en een inleiding die ons leert dat de stichters tot doel hadden, door de vreugde die de muziek verschaft, de vriendschapsbanden onder de leden te verstevigen en zich op een vreedzame manier te vermaken. Als fundamenteel beginsel geldt gelijke rechten voor ieder lid.
Uit datzelfde reglement blijkt dat de muziekmeester als verplichting had en dit op straf van boete, twee nieuwe stukken per maand te bezorgen en te laten uitvoeren en op de zittingen aanwezig te zijn : 's avonds van 6 uur tot 9 uur van 23 september tot 23 maart en van 7 uur 30 tot 10 uur van 23 maart tot 23 september. De actieve leden (muzikanten) die zonder schriftelijke of mondelinge verwittiging afwezig waren werden eveneens beboet. Het eerste gedeelte van de repetitie gebeurde rechtstaande. Ieder lid moest elke week 3 Brabantse stuyvers betalen ter dekking van de kosten voor aankoop van de muziekwerken en om de dirigent (destijds muziekmeester genaamd) te betalen. Het verlaten van 'de societeyt' werd beboet met de som van 10 francs. Dit reglement trad in voege op 1 mei 1823.
De aanvaarding van nieuwe leden werd met meerderheid van stemmen aanvaard of niet.
1823
De eerste
toegangskaarten werden gedrukt voor meerdere jaren ineens, de exacte data werden
met de hand aangevuld.
In de eerste jaren na de oprichting was het gebruikelijk dat de (meestal begoede) ere-leden, voorzitters en ere-voorzitters instrumenten schonken aan de harmonie. Zo kreeg de 'harmonie d'Isque' in 1836 een klarinet geschonken door haar toenmalige ere-voorzitter Dhr Crabbé, en 2 klarinetten door de voorzitter Dhr Vandevelde, op voorwaarde dat dit instrument eigendom bleef van de harmonie en dat de muzikant die het zou bespelen er verantwoordelijk voor zou zijn.
In 1836 werd het reglement verder aangepast en uitgebreid met de regels dat afwezigheid op de repetities voortaan een boete van 20 centiemes zou kosten maar ook het verstoren van de repetities of het niet willen spelen van bepaalde werken of delen er uit werd voortaan beboet met dezelfde som.
In 1844, onder voorzitterschap van Ferdinand DE BROU werd een intekeningslijst geopend. Met de opbrengst ten belope van 467,58 Fr. werd de eerste vlag aangekocht.
Uit een dagboek van Kasteelheer Emile-Bernard De le Hoye vernemen we dat deze adellijke familie op 6 oktober 1844 een liefdadigheidsfeest organiseerde "Chez Borremans dans le salon de l'Harmonie" waaraan de harmoniemaatschappij haar medewerking verleende.
1847
Op woensdag 6 januari 1847 (op koningsdag) gaf de harmonie een concert ten voordele van de armen in het lokaal "La Maison Neuve" chez le sieur André Borremans.
In 1848 tradt een nieuw reglement in voege even streng als het vorige.
Op 18mei 1853 nam de harmonie deel aan de feestelijkheden en de inhuldiging van het borstbeeld van Justus Lipsius.
1856 - Ter gelegenheid van 25 jaar troonsbestijging van Leopold I, neemt de harmonie deel aan een festival in Waterloo.
Ook in 1864 werd er al kermis gehouden in Overijse. Die duurde destijds 3 dagen en wel op zondag, maandag en donderdag 22, 23 en26 mei. Die zondagvoormiddag ging de processie uit en in de namiddag was er een wipschieting. Op maandagochtend werd er gekegeld en gaf de harmonie een concert en in de namiddag waren er volksspelen. Op donderdag ten slotte hield men paardenwedstrijden zowel voor gezadelde paarden als voor werkpaarden.
1867 - "Op een brief (18 januari) gezonden der gemeente Hoeilaert van een comiteit gesticht ten tijde van de choléra, om hun behulpzaam te wezen met het muziek voor een concert, ten voordele van deze ongelukkige geslagen van deze ziekte."
1869 - Zitting van 23 juni : er wordt besloten "Le 11 juillet la Société ira à Ostende. Tous les membres y sont invités après avoir versé en caisse la somme de 4 Fr. 50 centimes, qui ne sont consacrés qu'aux frais de voyage."
1871 - Viering van de laureaten Alphonse Blond en François Van Dooren, die de eerste prijs klarinet behaalden aan het Koninklijk conservatorium te Brussel.
1872 - Ontvangst op het gemeentehuis door burgemeester Henri Poot, ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van de harmonie.
1876
Wanneer exact de naam van 'Société d'Harmonie d' Isque' werd aangepast naar Harmonie Sint Martinus van Overijse is nog niet helemaal duidelijk, echter in 1876 was dit al een feit.

1877 - Onderwijzer Joseph Verheyen krijgt, als secretaris, de opdracht het reglement te vertalen in het Nederlands.
1877 - "Er wordt besloten dat de maatschappij zich op zondag 30 september naar Tervueren zal begeven ten einde deel te nemen aan den festival die aldaar zal gegeven worden ter gelegenheid der inhuldiging der nieuwe school."
1880
1880 - Op de "Concours International de Musique Instrumentale" van 25 en 26 juli te Brussel werd met algemene stemmen de 3de prijs in derde afdeling toegekend aan de Harmonie St. Martinus onder leiding van François Van Dooren en dit ter gelegenheid van de 50ste verjaardag van de Onafhankelijkheid van België. De harmonie ontving een medaille in massief goud.
De werken die de harmonie toen vertolkte waren : De Stomme van Portici, het werk waardoor de rellen ontstonden waardoor België destijds onafhankelijkheid verwierf en het Andante uit een symfonie van Haydn. De harmonie telde toen 38 deelnemers.



een deeltje uit de solo klarinet partituur van ' de stomme van Portici'
1884 - Op 18 mei begeeft de harmonie zich naar Arendonk om gewezen voorzitter Theophiel Poot te huldigen en een geschenk aan te bieden. De heer Poot werd aangesteld als notaris te Arendonk.
1888 - Zitting van 5 augustus. "Al de leden des bestuurs bij uitzondering van den heer Poot Jules zijn tegenwoordig. Er wordt besloten dat de harmonie op zondag 16 september eenen uitstap zal doen naar de Tentoonstelling van Brussel en er een concert geven. De eereleden zullen twee franken betalen voor kosten van vervoer en ingang in de expositie."
1894 - De harmonie neemt deel aan de inhuldiging van de tramlijn "GROENENDAEL-OVERYSSCHE".
1895 - Oprichting van de toneelmaatschappij "De Jonge Toneelliefhebbers" waarvan na de tweede wereldoorlog L. Rigaux, M. Van Billoen en L. Dewilder de leidinggevende figuren waren.
In1897 werden respectievelijk een alto en een tuba aangekocht voor 72 en 128 frank.
1899
Op 13 februari1899 werd 'den souper' gehouden. Er stonden bloemkolen met kaassaus, brooden, en aardappelen op het menu en dit werd overgoten met faro van lokale brouwers. Een dagloon voor een kookster was 3.50 frank, een ei kostte 10 centiem, een brood 70 centiem en een kilogram aardappelen bijna 7 centiem.
